OLYMPUS DIGITAL CAMERA
12/12/2014 - Admin

de Cultuurwerkplaats onderzoekt de doorlopende leerlijn

De docentenopleiding die ik heb genoten, heeft mij geleerd te dromen; te dromen over mijn visie op kunsteducatie. Prachtige theorieën kreeg ik voorgeschoteld, over het authentieke leren en het procesmatige leren. Op papier verzon ik de ideale scholen, met ideale leerlingen en ideale leraren.  Als ik later les zou geven, zou de leerling centraal staan en was er voor iedere leerling een computer, een camera en een beamer aanwezig. Elke week zou ik een vermaarde kunstenaar uitnodigen, die de leerlingen zou vertellen over zijn werk en samen met de leerlingen nieuw werk zou scheppen. In mijn dromen staat de actuele kunst centraal, en zou iedere individuele leerling ervoor kiezen na zijn middelbare school naar de academie te gaan.

Maar wat bleek? In praktijk blijken mijn dromen geen harde waarheden, het computerlokaal is altijd net door een andere docent in gebruik, de camera’s zijn verouderd en het budget om actuele vermaarde kunstenaars in te huren om te spreken is niet toereikend. De terugkerende uitjes van de leerlingen vallen precies op mijn lesdagen, en school blijkt om de haverklap een vakantie in te hebben geroosterd. Thuis kom ik om van het nakijkwerk en ben ik uren achtereen bezig met het invoeren van cijfers. Tevens organiseer ik het kerstgala, wat een veel grotere klus blijkt te zijn dan ik in eerste instantie dacht. Als ik denk een avond vrij te hebben, staan plots de ouderavonden voor de deur. Om de drukte te kunnen drukken, trek ik soms maar een oude opdracht uit de kast, zo’n opdracht waarvan je van te voren weet wat het eindresultaat is; figuurzaag een uil en schilder deze over in verzadigde kleuren, zo’n opdracht.  Wat is er overgebleven van mijn dromen? Waar is mijn visie? Wanneer heb ik voor het laatst een museum van binnen gezien? Hoe staat het met mijn eigen beeldend werk?

Beginnende leraren, die over het algemeen starten in de onderbouw, lopen tegen veel obstakels op en lijken te worden opgeslokt door de school. Er is geen tijd voor bezinning en reflectie, om een visie te kunnen ontwikkelen of handhaven. De visie die reeds door de sectie is gemaakt, blijkt soms verouderd of blijkt wat vaag omschreven. Secties blijken over het algemeen te overleggen over de praktische invulling van de lessen, zo gaat dat immers al jaren. Deze problemen hebben de aandacht getrokken van onder andere Elsbeth Veldpape en Saskia van der Linden.  Zij zijn ten strijde getrokken en zijn samen met studenten van de academie, docenten op middelbare scholen en beleidsmakers een grootschalig project gestart, onder de noemer “Cultuurwerkplaats”.

Onder leiding van Saskia kreeg een aantal studenten die studeren aan de hogeschool voor de kunsten te Arnhem, de kans om dit probleem te analyseren en om voor dit problem een oplossing te bieden.

Het hebben van een visie is erg belangrijk voor de doorlopende leerlijn. Idealiter  krijgt een leerling uit de eerste klas volgens eenzelfde visie les als een leerling uit een examenjaar. De bovenbouw werkt toe naar een examen, waarin in de eindtermen helder staat omschreven wat er gemaakt moet worden en op welke manier. Het praktisch eindexamen tekenen is ontwikkeld naar de ideeën van het procesmatig leren. Deze visie op kunstonderwijs wordt door de bovenbouw uitgedragen, leerlingen leren te denken in stappen en leren de stappen die ze in een beeldend proces maken te verantwoorden.

In de onderbouw is er geen sprake van een eindexamen die gebonden is aan een bepaalde visie op kunsteducatie. In de onderbouw is beeldende vorming een vast onderdeel en is het vak haast vrij in te richten door de docenten. Het blijkt dat in de onderbouw, voorzichtig gezegd, met name docentgerichte opdrachten worden gegeven, waar de techniek van een opdracht centraal staat. Het gaat er bijvoorbeeld niet om waarom de leerling een vlak arceert, maar dat de leerling het vlak arceert op de manier die is aangeleerd. Het procesmatig leren lijkt soms in de onderbouw minder aan de orde te zijn dan in de bovenbouw.
Men zou zachtjes kunnen beweren dat er een gat bestaat tussen de bovenbouw en de bovenbouw. Doordat er soms door uiteenlopende redenen minder wordt gewerkt aan visieontwikkeling kan er sprake zijn  van een leerlijn die niet geheel doorlopend is. De onderbouw en de bovenbouw zijn misschien vreemden van elkaar.

Onder leiding van Saskia van der Linden is een onderzoek gestart naar dit probleem. Twaalf excellente  studenten van de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem (Artez) zijn geselecteerd om drie scholen, die aangesloten zijn bij scholengemeenschap “Quadraam”, te onderzoeken. Middels interviews en vragenlijsten voor docenten, leerlingen en andere medewerkers op de betreffende scholen werd onderzocht of er een doorlopende leerlijn bestond tussen de bovenbouw en de bovenbouw, of secties werkten vanuit een visie. Ook werd onderzocht of het eventuele ontbreken van een doorlopende leerling als een probleem werd gezien.

Uit de resultaten van deze onderzoeken bleek dat docenten er groot belang aanhechten dat de  boven- en onderbouw op elkaar aansluiten. Toch vindt een groot deel van de docenten dat de boven- en onderbouw ook wezenlijk van elkaar zouden moeten verschillen; in de onderbouw wordt duidelijk meer de nadruk gelegd op terminologie en structuur, terwijl in de bovenbouw vooral procesmatig werken en zelfstandigheid wordt gestimuleerd. Stafffunctionarissen hechten nog meer belang aan de doorlopende leerlijn, dan de docenten.
Uit de resultaten blijkt ook dat het leeuwendeel van de docenten zowel werkzaam is in de bovenbouw als in de bovenbouw en dat de docenten proberen toe te werken naar een samenhangend lesprogramma. Ondanks het feit dat docenten het belangrijk vinden de doorlopende leerlijn te verbeteren, blijkt er weinig structureel overleg plaats te vinden over de realisering van een soepele doorlopende leerlijn. Praktische zaken worden in de wandelgangen geregeld, inhoudelijk wordt er weinig constructief over deze doorlopende lijn besproken, laat staan afgesproken.
Wat betreft de visie op kunsteducatie bracht het onderzoek naar voren dat deze visie niet door een ieder op een gelijke manier begrepen en uitgedragen wordt. Nieuwe docenten gaven aan niet op de hoogte te zijn van de visie. Uit de resultaten bleek ook dat het woord ‘visie’ an sich, erg verschillend werd geïnterpreteerd. Daarnaast bleek dat een derde van de ondervraagden, zich niet kan vinden in de visie van de school, maar deze toch moet uitvoeren en uitdragen. De helft van de docenten geeft aan naar eigen inzicht te werken en zich niet veel van de visie op kunsteducatie aan te trekken.

Het onderzoeksteam heeft zich gebogen over de  resultaten en de cijfers en heeft moeten concluderen dat er met name sprongen vooruit zijn te behalen op het gebied van de visie. De cultuurwerkplaats heeft samen met de studenten een methode ontwikkeld om binnen een sectie te helpen met de ontwikkeling en handhaving van een visie op kunsteducatie. Deze methode is een eenvoudig en effectief spel, dat online te raadplegen is en luistert naar de naam ‘visiespel’.  Aan de hand van een aantal vragenlijsten kan elke leraar zijn plek binnen het spectrum van de visies op kunsteducatie verkennen en ontdekken.  Zo kan een sectie ontdekken waar hun leden staan, waar de consensus is en waar leraren tegenover elkaar staan. Zo kan op een gemakkelijke wijze de visie binnen een sectie worden besproken, opdat docenten vanuit een gezamenlijke visie hun vak uitdragen en opdat vanuit de onderbouw op eenzelfde visie wordt lesgegeven als de bovenbouw. De methode die is ontwikkeld is een visiespel. Dit visiespel is succesvol gepresenteerd op een landelijk congress voor lerareren.

Naast het succesvolle visiespel, en de grote aangelegde databank,  is het grootste rendement van de cultuurwerkplaats te vinden bij de studenten zelf. Dit onderzoek is namelijk in de openbaarheid geplaatst en kende dus erg hoge eisen, het onderzoek, bleef niet ‘binnen’ de hogeschool. Waar normaal een eindexamenopdracht binnen de muren van de academie blijft, is dit onderzoek door iedereen te raadplegen, studenten hebben de taal moeten leren van een officieel onderzoek, waar ze overigens zeer in geslaagd zijn.

Daarnaast hebben de studenten de kans gekregen om een middelbare school op alle niveaus te onderzoeken, van de conciërge tot het bestuur, iedere medewerker is kritisch bevraagd. Zo hebben de studenten een zeer compleet beeld kunnen vormen van het doen en laten van een middelbare school.

Studenten hebben een ‘echt’ product ontwikkeld, het visiespel, en hebben dit product moeten testen en bijschaven. Het online spel hebben ze zelf inhoud gegeven vanuit verschillende actuele denkers over kunsteducatie.

Do not hesitate to proceed with the link and pilot our http://customessaysonline.org/ website. We would love to receive a feedback from you!

Nieuwsgierig geworden naar jouw visie op kunsteducatie, of die van jouw collega’s? Of wil je de resultaten inzien van het onderzoek? Bezoek de website, blader door de data en doe zelf het visiespel op www.onderbouw-bovenbouw.artez.nl

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Educatie