zesjescultuur_514ec7a2ecba0_full
zesjescultuur_514ec7a1ca8f6_full
Schermafbeelding 2016-06-22 om 19.20.22
zesjescultuur
Schermafbeelding 2016-06-22 om 19.10.03
22/06/2016 - Penelope Groenen

Het kunstvak als liefdadigheidsinstelling

 ‘Ja, maar ze heeft wel iets dappers gedaan en ze staat er al niet zo goed voor bij andere vakken. We moeten haar belonen.’ – mijn stagebegeleider tijdens de eindbeoordeling van mijn opdracht

De eindbeoordeling. De leerlingen zijn het lokaal uit, stoelen onder de tafels, de vloer is aangeveegd. De leerlingen hebben hun werk (van schets tot eind) al uitgestald. Ik inventariseer wat allemaal aanwezig is, maar wordt na een kleine tien minuten onderbroken: mijn stagebegeleider wil graag beginnen. De vragenlijst die ik vanuit het kunst-experticecentrum heb meegenomen (zie link), wordt weggewoven. ‘Nee, die hebben we al eens geprobeerd, kost veel te veel tijd.’ Oké, schouders recht, glimlach op en daar gaan we dan. Ik moet eerst aanwijzen wie ik de ‘betere leerlingen’ vind, deze werken plaatsen we samen op één tafel. De tafel van de cijfers 7,5 tot een 8,0. Zo gaan we steeds een stapje terug tot wij tafels hebben ingericht met een 6,0 of lager. Hierna differentiëren we tussen de leerlingen, op bijvoorbeeld inzet of afwerking (verschilt per leerling dus). Dit gaat echter om tiende puntjes achter de komma. En dat was het dan, spannender kan ik deze eindbeoordeling niet maken!

Tot mijn spijt doen we niets met de beoordelingstabel die ik bij aanvang van deze lessenserie (dus in november 2015) heb opgesteld: hier kun je namelijk goed de zwaartepunten van de opdracht zien liggen. Mijn stagebegeleider heeft deze tabel wel doorgenomen, vond het goed gedaan (‘wat goed: alles netjes in orde en van A tot Z helemaal voorbereid’) en ik had ‘m uitgebreid door genomen met de klas tijdens de eerste introductie les. Nu, twee maanden later, wordt mij medegedeeld dat deze tabel echt niet gebruikt kan worden. Mijn stageschool heeft namelijk ook andere vestigingen en er zijn gezamenlijke afspraken tussen de secties. Eén daarvan is dus: het proces telt één maal, het eindwerk drie maal. Over dit punt is geen discussie mogelijk. Dit vind ik erg jammer; mijn opdracht draait juist om het gehele proces, om het eigen onderzoek, om de keuzes die de leerling maakt. Het eindwerk is ‘maar’ een onderdeel, waardoor ik de verhouding 1/3 niet vind kloppen bij deze opdracht. En om dat te ondervangen, had ik juist van te voren die beoordelingstabel opgesteld en besproken! Hieruit blijkt maar weer dat duidelijke communicatie zo belangrijk is als je samenwerkt.

Als beginnend docent vind ik bepaalde aspecten aan het beoordelen bij de kunst vakken behoorlijk lastig, zoals bijvoorbeeld het fenomeen inzet. Aan de ene kant wil je degene die een goede inzet tonen méér belonen dan degene die haast niets uitvoeren. Echter bij andere vakken wordt inzet ook niet meegerekend, wat telt is wat de leerling op een bepaald (toets)moment kan. Waarom betrekken we bij Beeldende Vorming dan wel altijd zo iets als inzet? Het is subjectief en werkt een lievelingscultuur in de hand. Ik: ‘Leerling 1 was er de helft van de tijd niet.’ Begeleider: ‘Ja maar ze heeft wel iets dappers gedaan en ze staat er al niet zo goed voor bij andere vakken. We moeten haar belonen.’ Ik: ‘Leerling 2 heeft eigenlijk geen eindwerk gemaakt.’ ‘Ja maar ze heeft ADD dus het is oké zo.’ Sinds wanneer is kunst een compensatie ‘ding’? Ik denk dat je daarmee je eigen vak degradeert tot liefdadigheid instelling en het bevordert niet de werkcultuur in de klas. Ik merk namelijk in de lessen dat de leerlingen dondersgoed weten waarmee ze weg kunnen komen. Presentatie voor Kunst Algemeen? Niet voorbereiden. Leren voor de toets? Ook niet. Want: met het cijfer voor praktijk (dat altijd voldoende is, tenzij je echt nooit komt) haal je het slechte cijfer voor theorie toch wel weer op.

zesjescultuur_514ec7a1ca8f6_full    zesjescultuur_514ec7a2ecba0_full

Natuurlijk doe inzet mij wél wat. Bij mijn opdracht is het zelfs logisch om de inzet mee te rekenen: de leerling gaat immers gedurende acht weken een proces aan. Als ik een leerling veelvuldig zie experimenteren, enthousiast onderzoek zie doen en een eigen werk maakt, hoe ‘mooi’ of ‘slecht’ het ook is, weet ik dat deze leerling de opdracht heeft begrepen. Dus alleen naar het eindresultaat kijken zoals je op een Frans schriftelijke overhoring zou doen, voelt ook niet goed. Het lijkt mij ook interessant om de beoordelingen door de leerlingen zelf te laten doen. Niet elkaar, maar zichzelf beoordelen. Elkaar beoordelen heb ik alleen in een onderbouwklas toegepast, niet in een bovenbouw, maar daar merkte ik dat leerlingen niet kritisch op elkaar durven te zijn. Je wilt je klasgenoten te vriend houden, je moet immers buiten de Beeldende Vormingsles ook nog samen door één deur kunnen. Het zichzelf laten beoordelen heb ik in mate toegepast door de leerlingen een formulier te laten invullen met betrekking tot het werkproces. Op dit formulier staan verschillende onderdelen, van idee tot gekozen materiaal, van werkhouding tot originaliteit, met een cijfer van 1 tot 4. Bij elk cijfer staat een omschrijving. De omschrijving die ze het beste bij zichzelf en het werk vinden passen, kruizen ze aan. Om de leerlingen er bewust over te laten na denken, heb ik ze ook gevraagd waarom ze nou dat ene cijfer kiezen: kun je beargumenteren waar je dit in je werkhouding of in je gemaakte werk ziet? Waarom een 3 en niet een 1 of 4?

Je zou ook de leerlingen zelf doelen kunnen laten opstellen. Bijvoorbeeld na de oriëntatiefase: wat wil ik doen/bereiken, op welke manier, welke uitdaging stel ik aan mijzelf? Halverwege houd je een tussenreflectie om te zien wat goed gaat en wat nog verbeterd kan worden voor de volgende helft: de leerling herformuleert haar of zijn doelen. Op het laatst vindt er uiteraard een eindevaulatie plaats, waar de leering nogmaals terugblikt op het gehele proces plus eindwerk. In hoeverre heb je je doelen en voornemens bereikt? Wat zou je een volgende keer anders doen? Sluit het werk aan bij wat je ogen had? Zo nee, is dit erg? Wat heb je anders gedaan dan je in eerste instantie gedacht had en waarom? Welke tip geef je jezelf mee? Enzovoorts. Leerlingen passen op deze manier goed en bewust zelfreflectie toe en tevens leren ze beargumenteren: steekt mijn verhaal eigenlijk wel logisch in elkaar? De leerling zou zelfs het eigen cijfer kunnen bepalen aan de hand van deze evaulatie. Zo ondervang je dat een ‘rouwdouwer’ zichzelf een 9 geeft: een 9 is niet logisch als het verhaal van alle kanten rammelt. Tevens kun je een onzeker iemand die zichzelf te laag inschat, juist wijzen op wat diegene goed heeft gedaan naar aanleiding van zijn doelen.

Heb jij als als lezer va dit blog, als studentBKV/alumni/ervaringsdeskundige/kunstenaar ideeën, meningen of tips voor het beoordelen van (eind)werk? Laat het mij weten door te reageren op het Facebook bericht (Kunst & Educatie Arnhem). Lijkt mij namelijk heel erg interessant om hier over te sparren!

 

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Lessenserie