Untitled-2
13/02/2015 - Kirsten Schiebergen

Visie op de ideale school

Hoe zou jij onderwijs willen inrichten? De tweedejaars kunstdocenten in spé schreven naar aanleiding van deze vraag een voorstel voor een nieuw op te richten school. De eigen idealistische visie op onderwijs vatten in een praktische invulling – met alles is mogelijk als uitgangspunt – was een uitdaging. Mijn visie op de ideale school: putten uit de bron.

Ik zie dat leerlingen meer onthouden van demonstraties van een docent, dan als deze het uitgelegd krijgen. In het kunstonderwijs is het natekenen van een voorbeeld soms het stapje waardoor de leerling wel aan het werk gaat. Het nadoen van gedrag maakt de drempel tot het opdoen van de ervaring lager. Ik wil mijn onderwijs baseren op modeling theorie van Bandura[1]. Dit is het zo natuurlijk mogelijk aanleren van gedrag, door middel van elkaar nadoen en gedrag overnemen van anderen. Mijn onderwijs is gebaseerd op het concept van het sociaal leren – dit zal ik in deze visiebeschrijving uitwerken.

Visie op onderwijs

Het ideale onderwijs is leren als sociaal, actief proces. Naar mijn mening is sociaal leren, het elkaar nadoen en gedrag overnemen van de ander, een natuurlijke manier van leren. De nieuw op te richten school is een verzameling van kennis uit alle leeftijdsgroepen. De school is voor mensen van alle leeftijden, en biedt onderwijs van primair onderwijs tot en met universitaire studies aan, die met elkaar verbonden zijn door de context van de leergemeenschap. Door de leerling nieuwe kennis aan al bestaande kennis te laten koppelen, kan deze tot nieuwe inzichten komen die er nog niet waren. De school werkt met kleine groepen, waarbij bekwame leerlingen de jongere leerlingen les geven, en de taken zijn gericht op realistische situaties. Deze ideale leeromgeving en de opdrachten die gegeven worden sluiten aan bij zelfontplooiing en het uitbreiden van de eigen talenten. De school heeft als doelstelling zelfstandige mensen af te leveren, die eigen keuzes kunnen maken en de handvatten hebben om richting geven aan het leven om zich te ontwikkelen tot de persoon die hij of zij in essentie is. De mensen zijn breed georiënteerd en beheersen de basisvaardigheden van verschillende beroepstaken, met behulpzaamheid als uitgangspunt.

Uitgangspunten voor de school komen uit het sociaal constructivisme, de humanistische psychologie en de theorie over intrinsieke motivatie. De sociaal constructivistische benadering[2] houdt in dat de leerling actief aan de slag is met de informatie tijdens de lessen die de leerling tijdens de beroepsgroep krijgt. Leren is een actief proces dat in een sociale context plaats vindt en is gebonden aan de context van de leergemeenschap. Het onderwijs stimuleert de leerling om nieuwe vaardigheden en kennis te koppelen aan al bestaande kennis en vaardigheden, om zo de leerling tot inzichten te laten komen. Het mensbeeld van mijn onderwijs is dat elke mens geboren wordt met een versie van zichzelf die hij of zij tijdens het leven moet ontplooien. Het accent van het onderwijs ligt op het natuurlijke, nature, zoals ook de humanistische psychologie[3] beschrijft. De leerling staat centraal en er is aandacht voor het sociale aspect van het leren. Ik ben van mening dat kennis moet aansluiten bij de passie van de leerling om een effect te hebben op het leven van de leerling. De leerling leert om onderwijs te aanschouwen vanuit een eigen belang, de intrinsieke motivatie[4], wat bereikt kan worden door autonomie, competentie en relatie te oefenen. Intrinsieke motivatie wordt binnen het onderwijs gestimuleerd door de leerling vrije keuzes te laten maken voor beroepsgroepen op basis van de meervoudige intelligentie van Gardner (autonomie), een bekwaamheidsniveau te bereiken door te werken in talentgroepen (competentie) en te leren in contact met anderen door begeleiding van een maatje (relatie).

Mijn visie op onderwijs bevat elementen uit de visies van de onderwijsvernieuwers. Het concept van school als gesimuleerde maatschappij maakt deel uit van het Dalton onderwijs[5] (“de school als sociale gemeenschap”) en het Jenaplan- onderwijs[6] met de school als leef-werkgemeenschap. Het idee om de groepen te mengen met meerdere niveaus en leeftijden komt oorspronkelijk uit het Jenaplan-onderwijs. Voor de samenwerking met andere leerlingen pleit het Dalton onderwijs, evenals voor de keuzevrijheid voor de leerling en de ontwikkeling tot zelfstandigheid. De visie van het Montessori onderwijs[7] heeft mij geïnspireerd om het onderwijs te richten op de zelfontplooiing van het kind – het worden wie het kind als mens in potentie is. De opdrachten moeten daarvoor in het gevoelige periode van het kind aangeboden worden. Daardoor kon ik de verbinding maken met de humanistische psychologie. Van de visie van de Vrije School[8] heb ik overgenomen dat abstracte vakken en begrippen betekenisvol worden gemaakt door verhalen, liederen en spel. Mijn school onderscheidt zich van deze onderwijsvernieuwers omdat het een cyclisch proces is. De kennis die aan leerlingen wordt gegeven door de leerkrachten, wordt later in het proces door dezelfde leerlingen aan nieuwe leerlingen doorgegeven. Het systeem is gebaseerd op voordoen, nadoen, erover nadenken en reflecteren wat er anders zou kunnen.

Praktische invulling van het onderwijs

Schoolterrein – De locatie en de inrichting van de gebouwen wijkt af van andere schoolgebouwen. De school is een gemeenschap, dat bestaat uit meerdere gebouwen die bij elkaar gelegen zijn aan een cirkelvormige binnenplaats. Het terrein is te vergelijken met een campus van een hoge school of universiteit. Elk gebouw behoort toe aan een beroepsgroep en de gebouwen bieden de faciliteiten en materialen die nodig zijn om het werk mogelijk te maken.

Vakken – De hierboven geïntroduceerde beroepsgroepen vormen de vakken binnen het onderwijs. De vakken zijn betekenisvol, omdat deze in context van de gesimuleerde gemeenschap worden beoefend, en dragen bij aan talentontwikkeling, omdat de beroepsgroepen gebaseerd zijn op het concept van meervoudige intelligentie van Gardner[9]:

1. Talent voor woord – de taalkundig- linguïstische beroepsgroep leidt mensen op tot schrijvers, dichters, presentatoren en journalisten. Deze beroepsgroep is te vergelijken met de talen die op het voorgezet onderwijs aangeboden worden.
2. Talent voor rekenen – de logisch- wiskundige beroepsgroep leidt mensen op tot mensen op tot wetenschappers, onderzoekers, planners en controllers. deze beroepsgroep is te vergelijken met het schoolvak wiskunde op het voortgezet onderwijs
3. Talent voor beeld – de visueel- ruimtelijke beroepsgroep leidt mensen op tot beeldend kunstenaars, architecten, ontwerpers, kappers en monteurs. Deze beroepsgroep is te vergelijken met handvaardigheid, tekenen en techniek op het voortgezet onderwijs.
4. Talent voor bewegen – de motorisch- lichamelijke beroepsgroep leidt mensen op tot dansers, sporters en acteurs. Deze beroepsgroep is te vergelijken met de schoolvakken lichamelijke opvoeding, dans en theater op het voortgezet onderwijs.
5. Talent voor muziek – de muzikaal-ritmische beroepsgroep leidt mensen op tot musici en componisten. Deze beroepsgroep is te vergelijken met muziek op het voortgezet onderwijs.
6. Talent voor mensen – de interpersoonlijke beroepsgroep leidt mensen op tot verpleegkundigen, brandweermannen, politieagenten, psychologen en verkopers. Deze beroepsgroep is te vergelijken met vakken als verzorging en economie op het voortgezet onderwijs.
7. Talent voor eigen persoon – de intrapersoonlijke beroepsgroep leidt mensen op tot therapeuten, coaches en kunstenaars. Deze beroepsgroep draagt bij aan de zelfontplooiing door reflectie.
8. Talent voor de natuur – de naturalistische beroepsgroep leidt mensen op tot biologen, verzorgden, agrariër, bakker, kok en kruidenier. Deze beroepsgroep draagt bij aan de gemeenschap.

Talentniveaus – De kinderen hebben bij iedere beroepsgroep lessen (primair onderwijs). Naderhand kiezen de leerlingen beroepsgroepen om uitgebreid les te volgen (voortgezet onderwijs) en kunnen zich daarna gaan specialiseren (hoger onderwijs). Degene die alle opleidingen doorlopen hebben worden docent bij de betreffende beroepsgroep. Deze docenten kunnen aanblijven tot wanneer zij willen. De school staat open voor iedereen en het is mogelijk om op elk gewenst niveau in te stromen. Iedereen zal eens de jongste, middelste en oudste in een groep zijn, én iedereen hoort bij alle beroepsgroepen.

Didactiek: leren doe je van elkaar – De leerlingen krijgen les in groepjes en in het tweede en derde talentniveau zijn er ook individuele afspraken mogelijk. De leerling wordt verantwoordelijk gemaakt voor het welzijn van de groep, als voorbereiding voor het proces naar volwassenwording. In mijn onderwijs gaat om het doorgeven van kennis. De leerling krijgt tijdens de basisvaardigheden een studiemaatje van een hoger talentniveau uit dezelfde beroepsgroep. De leerling zal zelf een maatje begeleiden als hij of zij het volgende niveau heeft behaald, zodat het kind leert om kennis door te geven. Als de leerling het hoogste niveau heeft behaald, mag hij of zij de volledige beroepsgroep begeleiden. De didactiek die bij dit sociale leren gehanteerd wordt is modeling[10]. De oudere studenten hebben een voorbeeldfunctie voor de jongere leerlingen. De leerlingen kunnen de handelingen eerst zien en vervolgens nadoen. Deze didactiek stimuleert een gevoel van identiteit bij de leerlingen, omdat zij deel uitmaken van meerdere beroepsgroepen.

Verhouding leerkracht en leerling – De leerkrachten zijn de oud-leerlingen die de opleidingen van een betreffende beroepsgroep hebben doorlopen. De leerkracht heeft voor de kleine kinderen een leidende rol. De leerkracht neemt de rol van coach aan, naarmate de leerling eigen keuzes gaat maken. De leerkracht begeleidt de leerling dan in het uitvoeren van de taken zoals de leerling dit wenst.

Lesinhoud – De leerlingen schrijven zich in op de beroepsgroepen en daaruit volgt een rooster. De lessen binnen een beroepsgroep duren een dagdeel of de gehele dag. De kinderen leren om creatief te denken in spelvormen, maar ook zelfstandig keuzes te maken om eigen talenten te ontwikkelen. De leerlingen leren ook belangrijke vaardigheden als eerste hulp en omgaan met vuur. Belangrijk voor het kind omdat het zelfvertrouwen vergroot, en belangrijk voor de gemeenschap omdat het een gevoel van veiligheid en vertrouwen geeft.

Bijzondere activiteiten – Op de cyclus-themadag organiseert elke beroepsgroep een open huis. Alle leerlingen van alle niveaus doen één gezamenlijke oefening die te maken heeft met de beroepsgroep. Voor de kleinste kinderen betekent dit dat zij bij elke beroepsgroep iets mogen doen, omdat zij bij alle groepen betrokken zijn.

Conclusie

De titel van dit betoog over de ideale school spreekt van een ‘bron van de kennis.’ Wij, de mensen op de aarde, zijn deze bron van kennis. De essentie van mijn onderwijsvisie is het doorgeven van de kennis, om deze te behouden en nieuwe kennis te genereren bij de nieuwe generaties. Als pedagogische stroming zou ik de term cyclusonderwijs aanbevelen, omdat het een doorgaand schoolsysteem betreft waarin primair, voortgezet en hoger onderwijs is opgenomen. De bekwame studenten worden docenten voor de jongere leerlingen en er ontstaat een herhalende cyclus in het doorgeven van de kennis.

 Gebruikte bronnen

Alhers, J., Buursink, R., Dallinga, J., Kelpin, F., Moller, J., Romijn, L, Weyers, H. en Winter, F. (red)., Wat is dat voor een school? Deventer: Van Loghum Slaterus, 1982.
Buursink, R. Voor- of achterop: Jenaplan, leven-vatbaar? In: Wat is dat voor een school?, 1982, p. 63-93.
Dallinga, J., Daltononderwijs. In: Wat is dat voor een school?, 1982, p. 17-28.
Kelpin, F., Montessori. In: Wat is dat voor een school?, 1982, p.95-131.
Moller, J., Vrije School. In: Wat is dat voor een school?, 1982, p.133-169.
Nederlandse Dalton Vereniging, geraadpleegd 11-01-2015, http://www.dalton.nl/daltononderwijs.
Nederlandse Jenaplanvereniging, geraadpleegd op 11-01-2015, http://www.jenaplan.nl/nl/over_leren_gesproken.html.
Nederlandse Montessori Vereniging, geraadpleegd op 11-01-2015, http://www.montessori.nl/82/wat-is-montessorionderwijs.html.
Vereniging van Vrije Scholen, geraadpleegd op 11-01-2015, http://www.vrijescholen.nl/vrijeschoolonderwijs/#.VLwhu01ATIU.
Wijsman, E., Psychologie en sociologie, Groningen: Wolters-Noordhoff, 2005.

Voetnoten

[1] Bron: PPO, college leertheoriëen van 11-11-2014.
[2] Bron: PPO, college leertheorieën van 11-11-2014.
[3] Bron: PPO, college leertheorieën van 18-11-2014.
[4] Bron: PPO, college leertheorieën van 18-11-2014.
[5] Bron:http://www.dalton.nl/daltononderwijs, geraadpleegd 11-01-2015.
[6]Bron: http://www.jenaplan.nl/nl/over_leren_gesproken.html, geraadpleegd op 11-01-2015.
[7] Bron: http://www.montessori.nl/82/wat-is-montessorionderwijs.html, geraadpleegd op 11-01-2015.
[8] Bron: http://www.vrijescholen.nl/vrijeschoolonderwijs/#.VLwhu01ATIU, geraadpleegd op 11-01-2015.
[9] Bron: PPO, college leertheorieën van 2-12-2014.
[10] Bron: PPO, college leertheoriëen van 11-11-2014.

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Educatie