Rob Sweere
22/01/2016 - Amber Kroesbergen

DBKV-talks Rob Sweere & Lars Reen

Twee uitersten spreken vanavond over kunst, om heel specifiek te zijn, performancekunst. De afstudeerders Docent Beeldende Kunst en Vormgeving organiseren een aantal lezingen die verdieping en verbreding in het vakgebied aan moeten brengen, waarbij iedere keer andere sprekers worden uitgenodigd. Kunstenaars Rob Sweere en Lars Reen hebben beiden tijdens de lezing van 14 januari verteld over hun oeuvre, hun beleving en visie op performancekunst.

De avond start met een vriendelijke, wat oudere man die naar voren loopt in de ruimte waar de beamer al klaar staat. Een grote, zwartgrijze hond volgt hem wat beduusd en gaat prompt vooraan liggen. Sweere steekt direct van wal, hij pikt er direct een aantal gezichten uit. In 2012 heeft hij deze mensen voor het laatst gezien, toen hij met hen samen het project  ‘Young walking trees’ heeft gedaan. Een performance waarbij jongeren tussen de 18 en 20 jaar meegenomen worden naar een bos om een half uur naar een boom te kijken. Via zijn website licht Sweere nog meer van zijn projecten uit, op chronologische volgorde.

Tijdens het vertellen bemerk je zijn kalme energie, die terug lijkt te keren in ieder werk, iedere performance waar hij ons in zijn verhaal mee naartoe neemt. Hij verteld over zijn enorme, onverwarmde atelier (want stoken is te duur) en hoe hij iedere paar jaar moet verhuizen vanwege de kosten. Vol passie verteld hij over zijn besluit na de academie: “Liever de hongerdood dan iets anders doen dan kunst maken en dat is gelukt. Ik heb nooit een fatsoenlijke baan gehad.” Dan begint hij te vertellen hoe hij gerold is richting de performance kunst, hetgeen deze avond de boventoon moest voeren. Na het afstuderen is hij overal performances gaan doen. Hij koos ervoor om in bepaalde landschappen, voor hem bijzondere plekken, te gaan staan of liggen. Bijvoorbeeld waar een gevallen boom net boven de sneeuw uitsteekt. Daar werd dan een registratie van gemaakt en dit beeld werd dan getoond in een tentoonstelling. Destijds werden de beelden goed ontvangen, maar, zo verteld hij, het bezorgde hem een ontevreden gevoel. Het bracht niet die intense ervaring over die ik wél had toen ik de performance deed. De innerlijke ervaring van het tegenover een boom staan, in de vrieskou, die wordt niet gecommuniceerd. Toen kwam er het besef dat juist het publiek die ervaring moest hebben, door het zelf te doen.

Veel van zijn projecten hebben een nomadisch karakter; ieder project wordt op verschillende locaties herhaald. Juist het veranderen van deze locaties zorgt ook voor een verandering van thematiek. De installatie ‘Travelling Light’ stond in eerste instantie in Amsterdam. Zijn doel was om een installatie te maken waarin mensen een blik op de lucht kunnen werpen, door een perspectiefcorrectie wordt de manier waarop mensen kleur ervaren tijdelijk veranderd. Dezelfde installatie wordt later geplaatst in Belgrado, net na de Joegoslavische oorlog. Het werk wijst nu ook eerst naar de lucht, maar eindigt met kijken naar een gebouw van Milošević (voormalig president). De lading verandert daar natuurlijk direct door; het plaatst het gebouw en daarmee de regeringsperiode van een belangrijk politicus in een heel ander licht. Het gaat nu niet meer om een verandering van perspectief op kleur, maar op inhoud. Twee uitersten.

Zijn manier van vertellen maakt dat de sfeer in het publiek losser wordt; je merkt dat hij verteld vanuit zichzelf, alsof hij het verteld aan zijn vrienden. De glimp van zijn trots die af en toe doorschemert is hetgeen wat uit blijft nodigen om te luisteren, maar ook om vragen te stellen.

Want hoe komt hij erop om die installatie juist in Belgrado neer te zetten? Hoe gaat dat in zijn werk? Vraagt het publiek zich af. Sweere windt daar geen doekjes om; via-via. Ik had een vriend, die een vriendin had die nog in Joegoslavië woonde, die iemand kende die bevriend was met de directeur van het Moderne museum daar. Deze eerlijkheid zorgt ervoor dat het even stil wordt. Je hoort bijna de radertjes tikken bij een aantal mensen, die bedenken wie zij dan allemaal kennen. Het wordt maar weer eens bevestigd, netwerken is belangrijk in de hedendaagse kunstwereld.

In al zijn werken benoemd Sweere zijn thematiek; de ervaring van licht, van lucht, aarde en/of water, maar juist geluid heeft daar geen rol in, hij werkt graag met stilte. Een van zijn inspiratiebronnen is Richard Long, de bekende Land-Art kunstenaar die veel werkt met stenen. “Hij werkt met stenen, ik met mensen.” Op een plek in Italië heeft hij bijvoorbeeld een performance gedaan op de plek waar Long de foto van zijn werk had gemaakt.

Toen kwam er een vraag uit het publiek; “Hoe stuur je mensen dan aan in een performance?” Daarbij legt hij uit dat dit gebeurt via geluidstechniek, maar voornamelijk doordat hij van te voren fungeert als een soort choreograaf. Hij legt uit wat er moet gebeuren, iedereen is van te voren ingelicht. Tijdens de performance heeft hij een aantal oneliners, waarmee hij mensen in de goede sfeer krijgt. Deze oneliners oefent hij alleen in zijn atelier. Het verbaasd hem vaak hoe snel mensen in de goede sfeer zitten. “Tijdens de performance ben ik regisseur”, hij is vaak geen onderdeel van de performance, maar stuurt iedereen aan. Meestal na 10 minuten wordt de registratie gemaakt. Hij vertelt dat de eerste 10 minuten mensen heel erg bezig zijn met de omgeving, wie ligt er naast me? Dit is gek om te doen. Tussen de 10 en 20 minuten ontstaat er een soort concentratie, maar pas na 20 minuten bereikt de gemoedstoestand dat transcendente wat hij zoekt in zijn performances.

De volgende vraag gaat over wat de beste plekken zijn om performances en/of installaties neer te zetten. Een verassend antwoord; juist op straat, buiten de kunstcontext lijkt dit het best te werken. De omgeving is dan weinig dwingend. Bij ‘Silence out loud’, een installatie waar iemand in kan zitten, was er een jongetje dat een maand lang iedere dag even terugkwam om erin te gaan zitten. In kunstcontext zie je vaak dat mensen langs lopen en denken ‘OK, dat heb ik nu gezien’ en er vervolgens niets mee doen.

Al met al lijkt het in het werk van Sweere belangrijk te zijn dat er performances en installaties ontstaan vanuit de stilte om het wereldbeeld van mensen heel even te veranderen. En het is een kunstenaar die dit vol overgave doet, maar voldoende tijd vrijhoud om verslaafd te zijn aan Netflix.

Ronde 2: het andere uiterste. Waar Rob Sweere al jaren in het vak zit en als kunstenaar is ‘doorgebroken’, komt er nu een lezing door een piepjonge kunstenaar, Lars Reen, die net een jaar van de academie af is. Hij heeft vrije kunst gestudeerd en is vol van performancekunst, waar hij zelf een rol in speelt. Waar Sweere gebruik maakt van zijn website, heeft Reen een wat schools aandoende Powerpoint presentatie als begeleiding. Het is de eerste lezing die hij geeft sinds hij afgestudeerd is. Zijn kunstenaarschap staat in de kinderschoenen, maar zijn enthousiasme en performatieve karakter schemert door in al zijn handelingen en zijn stem. Hij vertelt vanuit zijn perspectief over de regels van performance kunst en over de driehoeksverhouding tussen publiek, podium en kunstenaar. Maar vooral wil hij het hebben over de puurheid, de echtheid waar hij naar op zoek is in zijn kunst. Het uitvoeren van een handeling, in plaats van iets gewoon doen heeft een spiritueel aspect. Dit moet het publiek meenemen in de abstractie van de handelingen. Maar deze handelingen moeten door de performer gevoeld worden, wil het publiek dit ook op die manier ervaren. Toch bemerkt hij dat het publiek twee reacties kan hebben; schaamte, met daarbij de vraag hoe lang je moet blijven kijken, of meegaan in het verhaal of de handeling.

Dit onderwerp wil hij behandelen in een filmpje. Deze film is gemaakt van hem, waarin hij tegen ons praat. Hij zit op een stoel op het podium voorin en kijkt hiernaar. Deze verhouding is interessant en aan het einde van de lezing benoemt hij deze; “Ik ben hier niet echt, ik zit in mijn kamer, er komen auto’s langs waar ik me aan irriteer, terwijl ik het over echtheid heb… Trouwens, het is kunstlicht dat op me schijnt, ik heb geprobeerd het licht uit het raam te faken.” Het is een lezing waarbij Reen, vaak al denkend, vorm probeert te geven aan zijn eigen gestalte. Dit al denkende praten, en zijn enthousiasme zorgen er echter voor dat het verhaal soms langdradig en warrig wordt.  Van daaruit ontstaan ook kritische opmerkingen van het publiek; Waarom is een schilderijtje niet ook gewoon kunst? Waarom moet het dan performancekunst zijn? Reen weet hier geen eenduidig antwoord op te geven, maar beschrijft dat ook andere soorten kunst dezelfde status zouden moeten krijgen.

Van het ene uiterste, een gevestigde, serieuze kunstenaar als Rob Sweere naar het prille, beweeglijke van Reen heeft gezorgd voor een bewogen avond, waarin veel onderwerpen zijn aangestipt. Het heeft de blik op performance kunst aangescherpt. Maar wat bij mij het meest blijft hangen zijn de woorden van Reen: “Ik ben misschien wel jaloers op mensen die schilderen. Mijn werk zet ik aan voor 5 minuten en dan is het afgelopen. Een schilderij is er altijd.” En het is juist deze vergankelijkheid die performancekunst zo spannend maakt.Rob Sweere

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Uncategorized