trippenhuis_plafond
13/01/2016 - Laura Smedts

“De mecenas is te gast, geef hem een stoel.”

Witte koffiekopjes, grijze hoofden die elkaar vriendelijk goedendag knikken en een tomatensap. Vandaag waan ik me in de wereld van onderzoek en wetenschap in het Trippenhuis, hartje Amsterdam.  Ik ben op een prijsuitreiking van de Dr. Hendrik Mullerprijs met een door de gelauwerde onderzoeker en prijswinner, Carsten de Dreu, georganiseerd symposium met de titel ‘creativiteit krijg je niet voor niks’. De titel van één specifieke lezing intrigeert mij al voordat ik het imposante gebouw binnen stap; Het mecenaat is geen pinautomaat.

Overloaded, dat ben ik al naar twee sprekers. Ik geniet van de worsteling die die sprekers leveren met hun complexe onderzoeksterrein, creativiteit. Ik geniet ook van de professionele houding en de mate waarin dit thema bij de lurven wordt gegrepen. Een stelling die me bij blijft; Creativiteit komt niet als een Eureka-moment in bed, bad of rust. Het is een complexe cognitieve bezigheid waar je al je vaardigheden voor in moet zetten om überhaupt tot creativiteit te komen. Boeken vol zijn er over geschreven, uren kunnen we er over speculeren en laten we dat vooral ook blijven doen. Ik besef me – met iedere wetenschappelijke statistiek die getoond wordt – meer hoe belangrijk het werk is dat deze onderzoekers doen. Deze mensen zijn een logische bakermat waarop de Nederlandse overheid, als land die de wetenschap van oudsher hoog in het vaandel heeft staan, beleid op cultuur en indirect ook op onderwijs baseert.

En daar is met die schittering de klap. De vrouw wiens naam ook slechts een aanvulling had kunnen zijn op dit mannelijk gezelschap, Renée Steenbergen. Een schittering van een oorbel, de microfoon lichtelijk omhoog gedraaid met een houding waar je al aan af kan lezen; Dit wordt een interessant verhaal. Met flair brengt ze de realiteit. De overheid lijkt zijn werk niet goed te hebben gedaan. Vanaf 2008 is er namelijk fors gesneden op budgetten vanuit die overheid, zowel op wetenschap en cultuur. Hoe gaan we daar als samenleving mee om? Als de overheid andere keuzes maakt, bij wie kunnen we dan aankloppen voor een duit in het zakje? En daar is dan het prachtige woord mecenas. Niet messias, een associatie die je ook zou kunnen hebben met onze geschiedenis in het Christendom. Nee, mecenas. De mecenas is een onafhankelijke particuliere geldschieter die vrijwillig kan investeren op verschillende terreinen in de maatschappij. Dit kan dus ook in de kunsten. Een pure vorm van altruïsme of een slimme investering voor de toekomst. De overheid vraagt ons ook beroep te doen op de mecenas. Maar hoe werkt dat eigenlijk? Ik merk dat deze vraag ook voor een afstudeerder als ik van belang is. Een Finals, de eindexamenexpositie voor afstudeerders kan ook niet alleen meer gefinancierd worden door het overheidsinstituut kunstacademie, ook wij hebben de mecenas nu nodig. Dit zijn dus vragen voor nu en voor de toekomst en er lijken ook antwoorden, ook al zijn die confronterend. Het mecenaat is geen pinautomaat, dat is de titel van de lezing van Renée Steenbergen die mij al eerder intrigeerde. Met name Nederlandse musea –met de hoogste museumdichtheid ter wereld- dienen hun werkwijze te veranderen als ze deze gulle schenkers willen bereiken. Een persoonlijke relatie en betrokkenheid met de mecenas is de basis. Er ontstaat een belang dat ik als jonge hond in het veld over deze ervaring schrijf. Het apparaat, de overheid, heeft namelijk volgens de spreker deze campagne rondom de mecenas op het verkeerde moment gestart. Een oproep tot schenken in een tijd van crisis roept namelijk op tot actie vanuit financieel perspectief, niet vanuit betrokkenheid of altruïsme.

Er is wat mij betreft licht aan het einde van de tunnel. De crisis heeft zijn dieptepunt bereikt, en de bewustwording – dat we als culturele sector niet alleen maar afhankelijk zijn van een bureaucratisch systeem – biedt nieuwe mogelijkheden. Echter zullen we ook waakzaam moeten zijn voor de grote, vermogende mecenas zo waarschuwt Steenbergen. Een mecenas is eigenaar van geld waar niet democratisch over is besloten, onttrokken aan het algemeen belang met de mogelijkheid voor de mecenas om op een stoel te gaan zitten van regeringsleiders.  Geld en de herijkte positie van burger versus cultuur is voor mij als docent een punt om in mijn achterhoofd te houden. Onderwijs en het klaslokaal zijn namelijk geen losstaande gegevens. Wij zijn altijd onderdeel van een groter geheel waarin ontwikkelingen komen en gaan waar we de gevolgen van moeten overzien. Een constatering die Steenbergen doet is het feit dat jong talent zich op dit moment mag prijzen met de aandacht voor de mecenas. Goed voor mijn toekomstige studenten. Maar dan… Hoe is dat voor de 30’ers en 40’ers die steeds meer te maken krijgen met een ZZP-functie in de wetenschap of kunst-en cultuursector? Ik besef me dat ik mijn leerlingen daar ook van op de hoogte moet stellen en skills moet leren om hiermee op te gaan, ondernemerschap is wellicht een sleutelwoord. Bedrijven zullen niet zomaar investeren in mijn toekomstige creatievelingen omdat andere sectoren aantrekkelijker zijn om in te investeren op het gebied van duurzaamheid, ICT en innovatie. Zoals vaker hoor ik ook hier het gebrek aan legitimatie voor de sector.

Juist nu lijkt er een tijd aangebroken in het vakgebied om als jonge starter in het onderwijs te blijven balanceren tussen overheidsgelden en de mecenas. Waarom? De meest gefundeerde legitimatie komt voort uit het apparaat dat wellicht de afgelopen jaren op verschillende terreinen gefaald heeft, de overheid. Onderwijs is namelijk oorspronkelijk door hen geïntroduceerd als recht voor iedereen. Een recht waar je gebruik van moet kunnen maken, ongeacht je financiële situatie. Een recht waar we ons hard voor moeten maken waar we af en toe de mecenas op een gastenstoel laten aanschuiven, vanuit betrokkenheid voor de creatieveling.  Ik heb met deze ervaring genoten van mijn recht op onderwijs en de gast die vandaag ter afsluiting bij de wetenschap aan schoof, Kyteman. Met een herziende insteek op het maken van composities in de muziek herken ik de complexe voorwaarden die eerder benoemd werden om tot creativiteit te komen. Ik vertrek met het streven niet per toeval nog eens een nieuwe Kyteman in mijn leven te ontmoeten maar ze samen met vele anderen te laten ontstaan, met een beetje hulp van de mecenas als bewonderaar van iedere schittering.

Verder lezen:
-https://www.knaw.nl/nl/actueel/agenda/uitreiking-dr-hendrik-muller-prijs
-http://www.reneesteenbergen.com/nieuws-38-het-mecenaat-is-geen-pinautomaat-interview-met-renee-steenbergen.html?archived=0

 

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Inspiratie