afbeeldinggg
07/11/2015 - Lieneke Hulshof

De Rihanna’s en Beyoncé’s in leerlingenwerk

Als student van de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving loop je stage en krijg je diverse pedagogische en didactische theorieën aangereikt. Uit deze bagage proberen wij een eigen visie te ontwikkelen, waarmee we voorbereid het onderwijs in gaan. Wij zijn benieuwd naar de visie van gevestigde docenten, of dit ons kan helpen om het gat tussen de academie en het werkveld te verkleinen en onze eigen visie aan kan vullen. Wij vroegen twee docenten, Elmar Notenboom en Jan Beerten, die verschillen in leeftijd, werkplek en ervaring, naar hun visie op het docentschap naar aanleiding van stellingen over het beeldend onderwijs.

Hoeveel cursussen en opleidingen je tijdens je loopbaan ook doet om jezelf ontwikkelen maakt niet uit, ervaring is uiteindelijk de beste leermeester.

Elmar: Enerzijds is ervaring wel het allerbelangrijkste.  Toen ik zelf op de opleiding zat had ik geen idee wat me te wachten stond, de enkele stages die je loopt zijn niet voldoende om goed voorbereid te zijn  op het werkveld. Daarom zijn docenten de eerste twee tot vijf  jaar bezig om het ontdekken wie ze zijn als docent voor de klas; wat is je houding, hoe kun je streng zijn maar toch rechtvaardig en hoe kun je  jezelf blijven. Dat heeft bij mij veel tijd gekost, je moet dit echt zelf doen, geen cursus kan je daarbij helpen. Anderzijds zijn cursussen en scholingen wel belangrijk, ze zijn een bepaalde vorm van inspiratie.

Jan:   Ervaring is inderdaad de beste leermeester. Op de opleiding loop je te weinig stage, waardoor je die ervaring mist. Gezien het kunstonderwijs continue veranderd, is het van belang om daarnaast ook tijd te investeren in de ontwikkeling en professionalisering van je vakgebied.

Bij de kunstvakken word vaak de nadruk op originaliteit gelegd. Vreemd, want kopiëren en remixen zijn juist belangrijke onderdelen van het artistieke proces.

Jan: Ik zeg altijd tegen de leerlingen: ‘Je werkstuk is pas goed als het niet op die van je buurvrouw of buurman lijkt’.

Elmar:  Voor mij is originaliteit  het aller belangrijkste.  Je ontkomt er natuurlijk niet aan dat je kopieert. Alles wat je maakt is een samenstelling van wat je ooit hebt gezien. Om die reden hecht ik belang aan de wijze waarop gekopieerd wordt, eigenheid is daarin cruciaal.  Je kan heel goed bij de H&M je kledingkopen en toch origineel zijn als je het op je eigen manier combineert, zo werkt het ook in de kunstvakken.

Jan: Scholieren kunnen veel van kunstenaars leren, daarom geef ik leerlingen vaak de opdracht om iets te maken wat op het werk van een kunstenaar lijkt en laat ze daarna iets maken wat er totaal niet op lijkt. Dit laatste is vaak veel moeilijker.

Iedere docent zou zijn leerlingen kennis moeten laten maken met hedendaagse kunst en belangrijke personen binnen de kunstwereld, door mensen uit het werkveld uit te nodigen in de klas.

Elmar: Dit klinkt heel mooi, maar is helaas te idealistisch. Het is niet mogelijk om excursies en workshops van kunstenaars frequent plaats te laten vinden. Daarom is het vooral belangrijk dat je de leerlingen zelf kunt inspireren met hedendaagse kunst en nieuwe media.

Jan: Ik ben het met de stelling eens, maar financieel en logistiek gezien is het lastig om deze activiteiten regelmatig te organiseren. Kunstdocenten moeten de leerlingen zelf kunnen inspireren door middel van relevante bronnen.

 Binnen het kunstvak is het proces belangrijker dan het eindproduct. Dit moet terug te zien zijn in de criteria en beoordeling van de lessenserie.

Elmar: Ik vind het proces en eindproduct even belangrijk.
Jan: Bij de kunstvakken is het mogelijk dat de leerling  een opdracht voltooid zonder een duidelijke uitkomst te hebben, maar toch veel heeft geleerd. Het eindresultaat van een beeldende opdracht mag wat mij betreft dus volledig mislukken als er een helder en goed proces heeft plaatsgevonden. Dit maakt ons vak zo wezenlijk anders dan de andere vakken.

Elmar: Eindresultaten mogen inderdaad mislukken. Desondanks vind ik het belangrijk dat leerlingen toch verder werken aan de tekening en leren omgaan met hun tegenvallers.

 De beeldtaal uit de jeugdcultuur is heel clichématig. Als kunstdocent moet je dit doorbreken en vermijden.

Elmar: Leerlingen werken heel clichématig, maar dit heeft een rede. Jonge scholieren hebben nog niet het vermogen om een stap verder te denken. Het werk blijft vaak erg plat: wanneer leerlingen een tekening maken over de oorlog, tekenen ze bijvoorbeeld een versplinterd mensfiguur. Dit is ontzettend cliché, maar dit is de maximale abstractie die er te behalen valt op deze leeftijd.

Daarom laat ik voorbeelden zien uit de hedendaagse kunstwereld, maar verwacht niet dat de stereotype beeldtaal hierdoor volledig omgegooid wordt. De Beyoncé’s en Rihanna’s blijven terugkomen in het beeldend leerlingenwerk, dit moet je accepteren.

Jan: Het cliché kun je in je opdrachten als houvast gebruiken, om leerlingen op deze manier te motiveren.

Kunstvakken moeten meer geïntegreerd worden met andere vakken.

Jan: Dit is onzin. Ik ben een ontzettende tegenstander van leergebieden. In een leergebied verzuipt alles. De kunstvakken hebben vaak een klein en niet kwalitatief aandeel. Scholieren houden zich onder andere bezig met het maken van een mapje, hoesje of voorkantje, waarbij niet wordt gelet op vormgeving, kleurgebruik en compositie. De desbetreffende onderwijskrachten zijn vaak niet bekwaam genoeg om aandacht te besteden aan deze aspecten. Wel vind ik het belangrijk om in mijn lessen aandacht te besteden aan de betekenis van kunst in de maatschappij.

Elmar: Ik denk dat samenwerkingsverbanden wel een meerwaarde kunnen hebben. Tijdens een project heb ik zelf ervaren dat dit succesvol kan zijn, wanneer je vanuit je eigen vak een bijdrage kan leveren en de kwaliteit kan bewaken. Kunst  is een opzichzelfstaand vak, andere docenten hebben vaak geen notie van de vakinhoud en zijn bij wijze van spreke al tevreden als het kunstvak vertegenwoordigd wordt door getekende hartjes. Wanneer de kwaliteit gewaarborgd wordt, zie ik dus wel een zekere meerwaarde, leerlingen worden namelijk enthousiast wanneer ze zien dat kunst kan worden ingezet in een andere context.

Het nieuwe leren kenmerkt zich door volledige structuurloosheid en verwaarlozing van kennis. Het puberbrein is nog niet klaar voor zoveel eigen verantwoordelijkheid.

Elmar: Eens, al is het nieuwe leren niet volledig structuurloos. Vaak wordt gedacht dat nieuwe media het uitgangspunt moet zijn. Zelf denk ik; ‘hou de ogen van de pubers maar eens van hun smartphone af en probeer ze een boek begrijpend te laten lezen.’ Het irriteert mij dat alles altijd nieuw moet zijn, daarom ben ik voorstander van klassiek leren.

Jan: Nieuwe dingen moet je alleen doen omdat het beter is en niet omdat het nieuw is.

Het nieuwe leren gaat uit van de nieuwsgierigheid van de leerling die zelf zijn route, probleemstelling en vragen formuleert. Maar een puber stelt uit zichzelf geen vragen, de enige vraag die een puber bij wijze van spreken heeft is: ‘Wanneer mag ik naar huis?’

Elmar: Het nieuwe leren is inderdaad heel idealistisch. Het is alleen weggelegd voor  zeer gemotiveerde en gedreven tieners.

Er zit een te grote kloof tussen de kunst die de leerlingen thuis maken en datgene wat ze op school doen. De lesinhoud moet aansluiten bij de leefwereld van de leerling en de thuis gemaakte kunst. Op deze wijze bevorder je de betrokkenheid en motivatie van de leerling.

Elmar: Ik weet niet of je wel moet aansluiten bij de kunst die ze thuis maken. Als je wel wilt aansluiten moet je de leerling hiermee naar een hoger niveau leiden.

Jan:  Op mijn school werken ze met dummy’s. Hierdoor combineren leerlingen de kunst van thuis  met de kunst van school. Ik probeer de leerlingen te motiveren om thuis ook vrije tekeningen in deze dummy te maken, die ze zelf leuk vinden. Toch houden leerlingen deze dingen vaak gescheiden. Zo ervaar ik dat leerlingen bij CKV niet mee wil doen tijdens een muziek opdracht, maar vervolgens na schooltijd wel met een viool weg fietsen richting de muziekschool. Aan de andere kant heb ik hier ook begrip voor, een kind heeft recht op privacy en hoeft zijn persoonlijkheid van thuis op niet school neer te leggen. Toch moeten ze wel de vrijheid voelen om dit te mogen koppelen. Je moet ze het gevoel geven dat ze zich niet hoeven te schamen en dat ze trots mogen zijn op datgene wat ze doen of maken.
Elmar: Als leerlingen met thuisgemaakte tekeningen bij mij in de les komen zal ik dit nooit afkraken.  Ik respecteer al hun werk en neem dit serieus. Maar ik wil niet op het niveau van de thuisgemaakte tekeningen blijven hangen.
Jan: Respectvol omgaan met het werk van de leerlingen is inderdaad noodzakelijk, eveneens als aandacht geven en contact maken. De leerlingen moeten het gevoel hebben dat je ze gezien hebt en dat ze meetellen als individu, dit is het allerbelangrijkste in het onderwijs.

Tekst: Vera van de Velde en Lieneke Hulshof

Dit artikel is ook gepubliceerd in Kunstzone nr. 4

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Uncategorized