IMG_0200
IMG_0186
IMG_0201
IMG_0135
IMG_0191
18/07/2016 - Catharina Vergeer

‘’Ik geloof niet in pure eigenheid’’ – in gesprek met Hessel Josemans

‘’Kijk, sommige mensen die noemen alle zwarte vogels een kraai, ik noem ze liever bij hun echte naam. ik vind het leuk om dat verschil te weten.’’ Een naam die ooit aan hun vlees, veren, vleugels en eigenzinnige snavel is gegeven. Vogelvrij zijn ze. Is deze vrijheid vergelijkbaar met de vrijheid die Hessel heeft ervaren dankzij Gustav Mosselman en Ralph Cunt? Hessel Josemans introduceert mij: ‘’Gustav Mosselman is geboren in Scheveningen en vernoemd naar de befaamde dirigent Gustav Mahler’’, ‘’This word ‘Muselmann’, I do not know why, was used by the old ones of the camp to describe the weak, the inept, those doomed to selection’’[i], zo schreef Primo Levi over een van de indrukken gedurende zijn opsluiting in het concentratiekamp Auschwitz. Gustav Mosselman maakte het werk waarmee Hessel Josemans afstudeerde. Levensgroot teken- en schilderwerk dat zich niet laat begrenzen door muren. Zijn werk lijkt de baas over de muren die het in- en wegnemen. Elke millimeter van de ruimte is bedekt met de fluorescerende kleuren en het liefst had Mosselman ook de vloeren en het plafond bedekt. Allerliefst de hele academie, waar hij gedurende de expositie aan de tekeningen zou verder werken. De argumenten van de conciërges over brandveiligheid uit angst voor het ontvlambare papier nemen deze vrijheid af, ondanks de brandblusser in de hoek bij Mosselman’s werk. Een vrijheid waarvoor een kunstacademie staat lijkt afgenomen door wetten en regels; een benauwend idee evenals Mosselman’s fluorescerende kleuren. Ze komen op je af, werken beklemmend en tegelijkertijd bevrijdend door de absurdistische figuren die ze kleuren. Deze figuren lijken de geschreven woorden op het werkbij die doen denken aan verborgen verhalen. Hessel: ‘’In de werken zelf zitten referenties en connotaties die niets te maken hebben met kunst.’’IMG_0191

Het werk omringt ons, ogen van kale figuren kijken ons aan. Kaal als De Heksen van Roald Dahl, zonder heksengewaden en lange handschoenen, inclusief blote borsten. ‘ROALD DAHL IS EEN MOFAKKA’, schreeuwt een werk. Maar naast al die ogen en uniseks zijn ook Jules de Corte’s gevoelige woorden geschreven ‘Let op wanneer een jonge heer door l’amour wordt gevangen’, en Elly en Rikkert krijgen een podium van jeugdsentiment. van deze Gustav Mosselman, één van de alter-ego’s van de jongste uit een gezin van elf kinderen: Hessel Josemans. Wat in het verleden ligt is voor Hessel een bewandeld toekomstbeeld.  Een toekomstbeeld dat werd gecreëerd door op te kijken naar bijvoorbeeld zijn broers en zussen. Ralph Cunt a.k.a. THE BOREDOM KING leeft een nooit uitgekomen droom van zo’n toekomstbeeld.‘’The typical result of this none idealistic over romanticizing genration’’[ii] Een rapper uit de 80’s die nooit in de voetsporen van  LL Cool J, Ice-T, BaritoneTiplove, Kurtis Blow, Special ED, Dana Dane en Del Tha Funkee Homosapien zal treden. Wie geen drugs pushed, maar EP’s getiteld ‘Boredom Nostalgia’. Cunt: ‘’Ik koop hiphop plaatjes op vinyl maar ik ben nooit cool genoeg om hiphopper te zijn en de jaren’80 hebben precies dat knullige randje waarin ik mijzelf ook altijd zie. Met die insteek heb ik ook een beetje die EP opgenomen á la ICE-T’’. Op zijn eindexamen-expositie te koop; Ralph Cunt zal persoonlijk de centen vangen voor het Ep’tje dat jij uit de doos pakt met erop geschreven de woorden: ‘Need a pusher. My tape – 10 euro’s’. En terwijl je de tien euro uit je handen laat nemen door Ralph Cunt himself heb je tegelijkertijd het voorrecht zijn videoclip op groot scherm te zien. Een beetje geluk moet je wel hebben om deze mislukte legende te ontmoeten, het kan immers net zo goed Hessel’s clichébeeld van een kunstenaar zijn; Gustav Mosselman. Dit gedaante gecreëerd door Josemans slentert naast het werk. Hij houdt meer van Jazz, heeft voorbeelden als Keith Haring en Jonathan Meese, zal met minder liefde een EP verkopen en gaat misschien zelfs liever weg om even te roken of te eten.IMG_0135

Hessel levert geen kritiek met zijn werk en streeft niet naar engagement. Hij focust op de actie rondom tekenen, schilderen en muziek. ‘’Maar bij mij gaat het juist veel meer om dat ik het maak. En dat ik het maak, dat doe ik met een bepaalde drive, die in je zit. Vanuit die drive creëer ik het alter-ego. Ik geloof niet in pure eigenheid. Je gebruikt altijd dingen die je een keer ergens hebt gehoord en daar zitten dus ook dingen uit mijn eigen leven in die ik daarvoor gebruik. Ik ben me er heel bewust van hoe ik ben op welk moment en daar ben ik gewoon mee gaan spelen. Dan heb je eigenlijk al een onderwerp. Mijn onderwerp zijn die alter-ego’s. En eigenlijk, wat voor mij een alter-ego is, is gewoon dat ik die kant van mezelf pak, deze van me afschuif en er een andere naam aangeef en er een personage omheen verzin, waardoor ik het ineens buiten mezelf plaats.’’ Het is als een prettig contrast.

Waar houdt het gangbare op en begint de absurditeit? Een vraag die uitkomst vindt in ‘’belachelijk veel werk’’ waarin de anarchistische wijze van Mosselman’s hand zichtbaar is. ‘’Ik denk dat mijn manier van referenties gebruiken naar bepaalde dingen vrij absurd is.’’ Gustav Mosselman, het alter-ego die Hessel al langer kende, heeft twee jaar geleden een naam gekregen en een eigen biografie welke al is herschreven. Ralph Cunt is een newborn en op bewuste wijze ontstaan tijdens Hessel’s afstuderen. Ze zijn als onderdeel van Hessel’s bestaan. Het is als muziek, deel van het werk; een directe voorwaarde voor ieder alter-ego.IMG_0201

Ralph Cunt mag niet worden gezien als een kritiek op ‘’this none idealistic over romanticizing genration’’. Cunt: ‘’Ik ga er gewoon in mee’’. Later in het gesprek komt Cunt hierop terug: ‘’Het is in principe wel een vorm van kritiek. Maar voor mij is dit geen kritiek. Er zitten wel elementen in die ik dan belachelijk vind, die ik dan ga verheerlijken, terwijl ik ze belachelijk vind. Ik vind het ook mooi dat die belachelijke zaken bestaan. Ik vind het niet goed, maar ik vind het wel leuk om in m’n kunst te laten zien dat ze bestaan en dat ik ze belachelijk vind door het juist heel erg de hemel in te prijzen.’’ Het lijkt eenzelfde contrastrijke inval als in Mosselman’s werk: ‘’Ja, referenties zijn veel leuker als ze uit het verleden komen, als ze al in de geschiedenisboekjes staan, want dan hebben ze een veel meer samengevat beeld. Refereren naar iets wat van deze tijd is, is heel abstract. Dat is meer omdat ik niet in mijn eigen tijd leef misschien. En dat ik niet echt goed weet wat er nu allemaal aan de hand is.’’ Waarna Mosselman snel zegt: ‘’Ik doe dat niet bewust hoor, dat verleden, want er zitten ook hedendaagse dingen in als: Everybody say Geert, een ode aan de zevenheuvelenloop van Nijmegen, een hele grote Jonathan Meese ripp-off en Malik Taylor die dood ging. Dat is allemaal wel vrij actueel.’’ De grote contrasten lijken het werk ontastbaar te maken, als een ontdekkingstocht waar aanwijzingen leidend zijn maar de schat onvindbaar blijft. Eenzelfde definitie wordt eerder onvindbaar zodra de pluriforme kant van jezelf is ontdekt.

Afzondering vormt een prettige noodzaak voor Hessel. In de middag werkt Mosselman in het atelier. Een atelier in Nijmegen, afgezonderd van afleiding. ‘’Ten eerste vind ik dat niet chill om met zoveel mensen samen een atelier te delen en ten tweede had ik ook zoiets van ja, ik moest gewoon Arnhem uit. Want, Arnhem is echt leuk.’’ Maar in de avond drinkt Ralph Cunt bier in gezelschap van zijn ‘’compagnon’’ met wie hij zijn eigen muziek ‘’300.000 keer’’ heeft gehoord. Het contrast reikt tot de eindexamenexpositie waar Cunt’s grijsgedraaide EP’s worden verkocht. Want, vertelde Cunt toen ik hem vroeg naar zijn keuze voor een EP, ‘’Ik vind een EP’tje minder commercieel; het is kleiner, bescheidener en exclusiever in oplage’’. En aangezien Mosselman’s werk aanwezig is in de ruimte, is Cunt als persoon primair aanwezig. Het is als doodstaren op eigen werk zonder doodlopend einde, als een (ver)zotte verslaving. Een verslaving die Cunt en Mosselman delen. Dit blijkt uit Mosselman’s gesproken woorden, al starend naar zijn werk: ‘’Ja, ik kan er zelf nog steeds uren naar kijken, ik vind het mooi. Ik ontdek nog steeds nieuwe dingen, dingen die ik was vergeten dat ik ze gemaakt had.’IMG_0186

Noten

[i]  Levi, P. (1959). If This Is a Man. (Engelse vertaling door Stuart Woolf). New York: The Orion Press.

 

[ii] Tumblr. (2016). Hessel Josemans. opgehaald van URL http://hesseljosemans.tumblr.com

 

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Uncategorized