Afstuderen
05/01/2016 - Barbara Geverink

Ik studeer af, maar met welke stage?

Het eind van je opleiding is in zicht, de tijd van het stagelopen komt om de hoek kijken en je weet eigenlijk heel erg goed wat je leuk vindt. Het kan echter zo zijn dat je twijfelt over je stagekeuze, net als ik. Ik weet namelijk zeker dat ik docent wil worden, maar betekent het automatisch dat ik dan geen buitenschoolse stage kan lopen? Moet ik kiezen voor een LIO omdat er wordt gezegd dat de kans op een baan in het onderwijs dan groter is? Van de meeste werkende docenten hoor ik inderdaad dat een LIO stage beter is voor een aankomend docent. Dan heb je meer ervaring, heb je langer meegedaan en leg je contacten. Toch blijf ik twijfelen en dat doet mij besluiten mensen uit het beroeps-veld te interviewen.

Een kleine kennismaking is misschien geboden:
Mijn eerste geïnterviewde is Dhr. Witt, een aardige man die gelijk vraagt of je zin hebt in een kopje koffie. Momenteel is hij directeur van middelbare school VMBO ’t Venster en heeft daarvoor jarenlang als aardrijkskunde docent gewerkt. Zijn deur staat letterlijk open voor leerlingen die met hem willen praten, maar tegelijkertijd ziet hij de school ook als een groot bedrijf – met 120 man personeel en 800 leerlingen – dat hij draaiende moet houden.

Mijn tweede geïnterviewde is Wieke Teselink, oud-student Docent Beeldende Kunst en Vormgeving van ArtEZ die haar afstudeerstage heeft afgerond bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Daar heeft ze verschillende kunstenaarsworkshops ontwikkeld voor jonge kinderen en realiseerde ze onderwijsprogramma’s voor het basisonderwijs. Momenteel is ze docent Beeldende Vakken op het Christelijk Lyceum Veenendaal.

Om een antwoord te krijgen op de vraag; is een LIO stage een prioriteit zodra je als student in het onderwijs terecht wilt komen?, is het goed om eerst antwoord te krijgen op de vraag waar een school eigenlijk naar opzoek is als het gaat om docenten.
Dhr. Witt: “Passie hebben voor je leerlingen is in het onderwijs het aller belangrijkste.”
De eerste voorwaarde om een goede docent te zijn volgens Dhr. Witt is het hebben van een klik met de leerling, anders wordt het niks. De tweede voorwaarde is dat je in staat bent om een klas van 25 leerlingen te zien als een groep van 25 individuen. Dit is wel erg moeilijk, maar je moet na een paar jaar kunnen differentiëren tussen de verschillende leerstijlen. Oftewel onderscheiden welke leerling welke behoefte heeft. “Dat maakt het een moeilijk beroep, maar zeker een ontzettend leuk beroep.”
Wieke vertelt dat haar school op zoek was naar een jonge docent: “Mijn school was eigenlijk op zoek naar iemand die niet alleen frisse wind kon brengen maar die ze echt konden vormen. Dus niet iemand die vastzit in het schoolsysteem of iemand met veel ervaring die zijn eigen dingetje gaat doen.”
Haar school zag haar buitenschoolse stage bij het Stedelijk Museum juist als een sterk pluspunt. Op de hoogte zijn van de professionele kunstwereld en vaardig zijn in het organiseren van workshops en cultuurdagen zien zij als erg waardevol. Voordat ze bij het Christelijk Lyceum Veenendaal solliciteerde werd zij meerdere keren afgewezen: “Dan kiezen de scholen toch gauw de mensen met ervaring omdat ze geen tijd meer hoeven te steken in mensen begeleiden, denk ik. Dit gaat dan niet om de ervaring van een LIO stage maar om mensen met 12 jaar ervaring.”

Wat Dhr. Witt zegt is een algemene opvatting die vaker wordt gehoord en waar een kern van waarheid in zit; om te kunnen differentiëren, heb je ervaring nodig. Daar is een LIO-stage van een heel jaar erg handig voor. Maar wat Wieke zegt schijnt toch een ander licht op de LIO stage. Als er meestal een docent wordt aangenomen met jarenlange ervaring en dat dus dat ene jaar geen groot verschil meer maakt; “Heeft zo’n stage eigenlijk dan wel zin?”

Dhr. Witt ziet een opbouw in de stages. In het begin van je opleiding heb je namelijk wat kortere stages. Als je aan het eind van je opleiding een echt lange stage kunt lopen, raadt hij aan om dat zeker te doen. “Dit is namelijk een ontzettend goede aanloop voor het echte werk. Op deze manier kom je er ook het beste achter wat je kunt, wat je bij moet leren en waar je goed in bent. Deze kennis over jezelf is noodzakelijk bij het solliciteren.”
Het eerste jaar lesgeven op het Christelijk Lyceum Veenendaal zag Wieke als haar LIO-stage. “Je mist toch een stuk ervaring, didactisch en pedagogisch, die in je buitenschoolse stage op een andere manier aan bod komen. De theorie is tijdens je opleiding voorbijgekomen, maar in de praktijk heb je het vaak nog niet ervaren. Er zijn heleboel dingen die je nog moet ondervinden.”
Het is dus wel duidelijk dat stage lopen op een school belangrijk is, maar dit hoeft niet per definitie een LIO te zijn. Een lange binnen schoolse stage klinkt als een goed alternatief, dan mis je de ervaring niet en ontdekt toch je kwaliteiten van je docentschap.

Volgens Dhr. Witt solliciteer je namelijk uiteindelijk wel voor een docentenfunctie. Dat externe is erg leuk maar in het onderwijs gaat het om de feeling met de kinderen. Het is daarom belangrijk om gebruik te maken van je binnen schoolse stage om te kijken of dit bij je past. Maar het is ook goed om te ontdekken waar je talenten liggen. “Dit kan bijvoorbeeld bij een museum zijn, maar pak dan ook het onderwijs mee.”
Wieke: “Met deze opleiding wordt je voor beide richtingen opgeleid. Waar ben je nieuwsgierig naar? Wat vind je al leuk? Dat kun je in je eindjaar gaan onderzoeken. Die vrijheid is juist zo leuk aan afstuderen, maar tegelijkertijd ook super eng. Juist door de uitspraak: ‘ik studeer af dus.’ kan je het zo groot aanpakken als je wilt. Laat jezelf niet teveel beperken door te denken: ‘Ik moet een LIO doen of ik moet een buitenschoolse stage doen’. Je maakt er jouw mix van en dat maakt jouw CV.”

 

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Uncategorized