140309_54376_JeugdvanTegenwoordig-20
09/12/2015 - Laura Smedts

“Onderzoek naar onderzoek, Watskeburt??”

“Pak nu de hand van je buurman vast en tik het ritme van het liedje dat jij in gedachten hebt op de hand van deze persoon.” Ik zit ergens in een lokaal dat grenst aan een gangenstelsel van het cursuscentrum Domstad tijdens de onderzoeksconferentie van LKCA te Utrecht.

Ik stelde me onlangs het doel de wereld van onderzoek en beleid achter de kunst en cultuureducatie zichtbaar te maken door te gaan schrijven. De voornaamste boodschap; Deze wereld is niet saai.
Helaas kan ik niet anders stellen dat de troosteloze ruimte waar ik me in bevindt dat beeld weinig goeds zal doen.
Ik hoop dat de inhoud en de vragen die daarmee gepaard gaan mij redden.

Een zonnestraal door de lamellen geeft me inspiratie voor de melodie, “I’m walking on sunshine ohoooow.
Ik tik vrolijk het ritme weg op de hand van mijn buur. “En? Welk nummer had ik in gedachte?”
Jammer, niet geraden. Deze ervaring waarbij ik er van uit ga dat mijn buur met een duidelijk ritme kan achterhalen op welke melodie ik doel, staat symbool voor de miscommunicatie die onderzoekers van kunst en cultuureducatie hebben met de hun doelgroep; De jeugd van tegenwoordig, de vraag die ze stellen is het ritme, maar de melodie kan anders klinken in de oren van deze jeugd ten opzichte van de intentie van de onderzoeker.
Hoe bereik je de hedendaagse jeugd voor deelname aan onderzoek in het kader van kunst en cultuureducatie?
Dat is de centrale vraag van deze discussiebijeenkomst. De belangrijkste voorwaarde is dat de vraagstelling tweeledig is:
De vraag en het daarbij horen de antwoord moet bruikbaar zijn voor de onderzoeker en begrijpelijk zijn voor zijn doelgroep; De jeugd.

Vier sprekers met allemaal een keurig ABN-accent staan het ei van Columbus toe te lichten. Althans, een kleintje.
Ze doen een poging omdat iemand uit het publiek ze middels deze metafoor dat vraagt te doen.
Andere vragen gedurende deze dag zijn ook noemenswaardig.
Het valt me namelijk op dat de meeste mensen een vraag stellen waarbij ze zelf al een antwoord paraat hebben.
De vraag buigen ze daarbij om naar een indirect promotiepraatje; een moment of fame voor zichzelf.

De titel van deze sessie is gelijknamig aan de doelgroep: De jeugd van tegenwoordig.
Die frisse, kwikke jongeren die we willen benaderen, moeten we erbij bedenken. Vreemd eigenlijk.
De kernvraag wordt ondersteund door een case; ‘Hoe monitor ik 4 jaar lang 1200 jongeren die via het fonds van cultuurparticipatie deelnemen aan een traject in het kader van talentontwikkeling?’ Het doel is 1200 jongeren inhoudelijk te bevragen op de ontwikkeling die ze doormaken door deel te nemen aan een project met betrekking tot talentontwikkeling. Een lastige opgave.
Verschillende ideeën passeren de revue, van scheurkaartjes en online communities tot een café voor jongeren waar volop gespeculeerd zou kunnen worden over onderzoekthema’s.De kern: Maak het ze niet te moeilijk.
Een klein presentje kan er nog wel vanaf maar val ze niet lastig met ellenlange vragenlijsten.
Een school is ook niet de ingang voor jou als onderzoeker, die worden namelijk al belaagd met maar liefst twee enquêteverzoeken per week, een cijfer dat ik even op me in moet laten werken.
De inbrenger van de case schetst nog even een situatie die volgens mij niet bijdraagt aan een positief imago van enquêteren.
Zijn onderzoeksbureau stuurt via de mail vragenlijsten, maar als die niet beantwoord worden, neemt de onderzoeker de vragen onder de arm mee bij een bezoekje. Ze zien hem al aan komen, die jeugd van tegenwoordig.

En precies daar ligt wat mij betreft de kern: Want wie is de jeugd van tegenwoordig nou eigenlijk?
Verschillende scherpe veronderstellingen worden gedaan tijdens deze bijeenkomst.
Een VWO-leerling kan reflecteren op een script van 5 pagina’s maar een VMBO’er om een mening vragen? De VMBO’er  zal namelijk al snel denken: ‘Je mening geven, wat is dat nou eigenlijk?’.
Alhoewel dit een discussiesessie is, schrik ik soms van het gemak waarmee deze aannames voor waar worden aangenomen.
Gelukkig is er plek voor nuance; Dé respondent bestaat niet en dus bestaat hét plan van aanpak ook niet.
Een duidelijk antwoord lijkt er dus ook niet te komen. Dat is ook de zinvolle constatering van de gespreksleider Folkert Haanstra.

Voor de aardigheid draai ik de kernvraag van deze bijeenkomst om: Want hoe bereikt de hedendaagse jeugd de kunst en cultuur onderzoeker?
Dus hierbij een oproep aan alle jeugd van tegenwoordig, wie het dan ook moge zijn; Wees een Columbus en breng mij het ei!

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Onderzoek