EPSON MFP image
13/05/2016 - Laura Smedts

-Taalbevordering in beeld- ISK in de onderwijspraktijk

‘Schets!’ Op een onverwachts moment galmt dit woord door het klaslokaal bij een toepasselijke les; beeldende vorming. De docent kijkt verbaasd op. ‘Sorry mevrouw, ik herhaal het woord even hardop zodat ik het beter onthoud.’ Wat een vreemde onderbreking lijkt, vat het doel van deze onderwijscontext samen; Onderwijs ter bevordering van de Nederlandse taal. Ik ben te gast bij de ISK-klas van het Venster te Arnhem. Dit is een internationale schakelklas, momenteel erg actueel. Niet vanwege populariteit door een onderwijshype, maar ontstaan uit pure noodzaak. De leerlingenpopulatie bestaat uit leerlingen met een uiteenlopende culturele achtergrond met verschillende redenen om momenteel in Nederland te zijn. De overeenkomst; Allemaal sinds kort in Nederland. Het grootste deel van de leerlingen is vluchteling en die aantallen lopen gestaag op. Recentelijk opende er nog twee nieuwe vestigingen van ISK Arnhem. Het venster heeft als doel een leerling bij aanmelding niet langer dan drie weken op een wachtlijst te plaatsen. Nederlands leren, de algemene kennisbasis bijspijkeren en dan het reguliere onderwijs in. Dat gebeurt gemiddeld in een traject van twee jaar middels dit onderwijsprogramma. Een dynamische onderwijscontext voor een docent, daarover wil ik meer weten.

Ik word vriendelijk ontvangen door Elize Lieftink. Twee jaar geleden studeerde zij af aan de docentenopleiding beeldende kunst en vormgeving te ArtEZ Arnhem en staat nu met flair enkel en alleen nog voor ISK-groepen. Ze combineert haar uren beeldende vorming met andere lessen en ontwikkelt momenteel een plan in teamverband om het programma beeldende vorming voor de grote leerlingenaantallen gestructureerd in een doordacht curriculum vorm te geven. Differentiatie op de uiteenlopende onderwijsniveaus is daarbij het uitgangspunt. Enkel haar aanvullende gebaren en herhaling van sommige woorden wekken de indruk dat dit een andere groep leerlingen is dan je aan treft in het reguliere onderwijs. Daarover bevraag ik Elize naar afloop van de les. Is het daadwerkelijk anders lesgeven dan in het reguliere onderwijs? ’Ja, de leerlingen zijn voor mijn gevoel veel gemotiveerder dan de klassen met autochtone leerlingen, ik kan niet beargumenteren waarom, zo voelt het in ieder geval voor mij.’ Verder merkt Elize op dat de leerlingen op deze vestiging eerder qua uiterlijk lijken op de Nederlandse medeleerlingen. Misschien raken ze geïnspireerd door de kleding die de jongeren in het reguliere onderwijs dragen. Tot voor kort was dit nog gegeven nog niet opvallend maar sinds de nieuwe vestigingen zijn geopend valt het Elize op dat deze leerlingen zich voorzichtig eerder conformeren. Op de andere vestigingen zien de scholieren namelijk niet veel Nederlandse leeftijdsgenoten. ‘Wat een gemis’ zeg ik. Elize reageert met een bedenkelijkheid die toont dat ze niet gewend is om enkel hierover in dialoog te gaan. Zij verbuigt haar antwoord in een voorbeeld van een actie. Het maatjesproject is de actie die de school daarop voert, hierdoor ontstaat toch een kennismaking om nader tot elkaar te komen. Dit is een project waarbij een Nederlandse leerling gekoppeld wordt aan de toekomstig Nederlandse leerling om samen activiteiten te ondernemen.

Ze probeert leerlingen naast taalbevordering ook kennis te laten maken met de beeldende vakken zoals die in Nederland onderwezen worden. Dat is immers van belang om de jongeren op een succesvolle manier door te laten stromen naar het reguliere onderwijs. Momenteel werken ze aan een tekenopdracht waarbij Westerse stijliconen uit de kunst centraal staan. In één lesblok introduceerde Elize ‘onze’ Westerse kunststromen. Ik vraag me hardop af hoe de jongeren dat hebben ervaren. ‘Vraag het ze!’ zegt Elize. Ik ga in gesprek met de leerlingen. De groep scholieren die ik bij aanvang van de les bedankte om vandaag aanwezig te zijn, stel ik de vraag; ‘Westerse kunst, had je er al eens van gehoord?’ Wanneer ik het naar de leerlingen uit spreekt, betrap ik mezelf op de banaliteit van deze vraagstelling. Gelukkig geen verbazing op de gezichten van de leerlingen maar eerder een bevestiging. De groep antwoordt dat kunstonderwijs in het land van herkomst georiënteerd was op Westerse kunst. De grote groep Syrische groep vluchtelingen die nu veelal in de media naar voren wordt geschoven, had ten tijde van onderwijs in ieder geval kunstonderwijs met een Westerse oriëntatie. ‘Onze echte kunst is anders, maar het is wel leuk om iets nieuws te leren kennen.’ zegt één van de meisjes. Zelf kan ze niet goed argumenteren wat dat anders is. Ze weet in ieder geval wel dat het grote kunst is in gebouwen enzo met veel van hetzelfde dat zich steeds herhaalt.

Daarover bevraag ik Elize naar afloop van de les nogmaals. Hoe zit het nou eigenlijk met de kunstonderwijs in andere landen? Met welke basis komen de kinderen over het algemeen naar Nederland? Wat kwam ze tot dusver tegen in haar lessen? Elize beaamd dat veel Syrische kinderen – -als ze al naar school gingen- van kunstonderwijs genoten. Kinderen uit Eritrea daarentegen hebben dat volgens haar ongetwijfeld niet gehad. Het valt haar op dat ze altijd nog koppeuters tekenen tijdens de eerste lessen beeldende vorming. Ik vraag me af of dit ligt aan onze opvatting over kunstonderwijs waarbij het start met de verbeelding van de mens of dat het gaat over de daadwerkelijke tekortkomingen van de kinderen. Thaise kinderen daarentegen tekenen volgens Elize heel gedetailleerd. Ik sluit af met een vraag die mij al lang op het puntje van mijn tong licht. ‘Merk je nog verschil tussen welvaart en geografische afkomst van de leerling onderling?’ Elize reageert opvallend nuchter. ‘Ik vraag wel veel aan ze, weet ook wel het een en ander van hun herkomst…’ –korte bedenkelijke stilte- ’…Ik weet ook niet of dat altijd wel relevant is voor de uitvoering van de kunstvakken.’ De leerlingen lijken goed te gedijen in deze gelijkwaardige benadering. Op deze manier sluit de ISK-klas in ieder geval aan bij het reguliere Nederlandse onderwijs. Een plek waar de kinderen na deze eerste kennismaking graag terecht willen komen. Één leerling hoorde in mijn introductie het woord vormgeving en trok me tijdens mijn observatie even aan mijn jasje. ‘U studeert vormgeving? Wil ik ook, eerst niveau 2 op MBO en daarna verder’. En zo komt er met enige intermezzo’s een afronding aan deze les zoals alle andere lessen in het reguliere onderwijs. – Spullen in de bak en stoelen op tafel.-

Meer lezen:
http://vmbo-venster.nl/Onderwijs/ISK
http://www.vo-raad.nl/themas/onderwijs-aan-asielzoekerskinderen/dekker-ruime-meerderheid-asielzoekerskinderen-gaat-naar-schoolhttp://www.lkca.nl/kennis-a-z/vluchtelingen

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Uncategorized