Geert Wilders werken, Jonas Staal
Dodedierenlego, Tinkebell
03/01/2015 - Admin

Visiestuk: Wat zijn belangrijke aspecten van het moderne kunstenaarschap?

Voor ik antwoord kan geven op de vraag wat belangrijke aspecten zijn van het moderne kunstenaarschap, moet ik eerst een antwoord vinden op de vraag: Wat houdt voor mij het kunstenaarschap in? In eerste instantie denk ik bij een kunstenaar aan een verheven persoon, een soort God die speelt met materiaal, vorm  en kleur.

Hij stelt zichzelf buiten de geldende regels en wetten, zoals de kunstenaar Jonas Staal (1981) dat doet in zijn proces dat tegen hem werd gevoerd in 2005 naar aanleiding van De Geert Wilders werken. Staal heeft in de publieke ruimte herdenkingsaltaren voor Geert Wilders ingericht, zoals dat gebeurt na een ongeluk of geweldsmisdrijf ter nagedachtenis van de overledene. Wilders voelt zich hierdoor bedreigd en doet aangifte bij justitie, zich er nog niet van bewust dat het om een kunstwerk ging. In het proces verdedigt Staal zich telkens vanuit het standpunt dat hij een academisch opgeleide kunstenaar is wat hem, zo stelt hij zelf, de vrijheid geeft dit kunstwerk te maken. Met andere woorden: als je de kunstacademie afrond en je jezelf tot kunstenaar kroont ben je, mits je al je handelingen tot kunstwerk doopt, onschendbaar. Staal is niet de eerste die zijn kunstenaarschap gebruikt als verdediging voor zijn handelen. De schrijver Gerard Reve (1923-2006) doet dit in 1966 al tijdens het zogenaamde Ezelproces dat tegen hem wordt gevoerd. Reve wordt beschuldigd van godslastering omdat hij had beschreven hoe hij God, in de gedaante van een ezel, zou neuken bij zijn terugkeer op de aarde. Ook Reve verdedigt zichzelf vanuit het standpunt dat zijn tekst een kunstzinnige uitlating betreft. Betekent dit dat je als daadwerkelijk onschendbaar bent? Slechts voor de contrast vorming: deze vrijheid stopt als je dreigt tot het versnipperen van hanenkuikentjes zoals Tinkebell (1979) dat in 2007 poogde te doen. Dit dreigement is onderdeel van een kunstwerk om het publiek er bewust van te maken dat dit 10 kilometer verderop letterlijk aan de lopende band plaatsvindt.

Geert Wilders werken, Jonas Staal

Geert Wilders werken, Jonas Staal

Dodedierenlego, Tinkebell

Dodedierenlego, Tinkebell

Jonas Staal stelt dat hij als kunstenaar een bepaalde vrijheid heeft en dat deze verkregen werd door het afronden van de kunstacademie. Ik denk dat niet alleen het afronden van de kunstacademie hieraan bijdraagt, maar er is meer.

Voor mij is een ander belangrijk aspect van het afronden van de kunstacademie eerder een indicatie van zelfontwikkeling, een persoonlijke bewustwording. Ik denk dat een rechttoe rechtaan opleiding zoals bedrijfseconomie of medicijnen meer een beroep doet op kennis, maar tijdens een vrijeopleiding als Fine art of Psychologie maak je veel duidelijker een persoonlijke ontwikkeling door, waar je de rest van je leven heel veel aan kan hebben. In die zin ben ik het zeker eens met Katelin Herzog, die onderzoek heeft gedaan naar het leergesprek op verschillende kunstacademies in Nederland. In dit leergesprek gaat de docent één op-één in gesprek met een student over zijn beeldend werk. Tijdens zo’n gesprek neemt de docent verschillende rollen in. Herzog behandeld haar rollen als  ‘de vroedvrouw’,waarin de docent helpt de student vanuit zichzelf op antwoorden te komen, ‘de psycholoog’, waarin de docent zijn interpretatie op het verhaal van de student verteld, zodat de student die weer naast zijn eigen verhaal kan leggen  en ‘de tolk’, waarin de docent de belevingswereld van de student aan de kunstwereld koppelt, inclusief zijn jargon

Ik vind het leergesprek in de vorm waarin Herzog deze giet erg strek, omdat hierin de docent optreedt als een essentiële adviserende autoriteit. Essentieel, puur omdat het hier om een docent gaat. Adviserend vanuit de psychologische dialoogvorm waarin de student zelf met oplossingen komt voor probleemstellingen waar hij zelf van bewust wordt, enkel door het analytisch vermogen van de docent. Niet alleen het analytisch vermogen maakt de docent een autoriteit, maar ook omdat hij de personificatie is van de brug tussen de kunstwereld en de student. Hieruit concludeer ik dat de docent een belangrijke rol speelt in de (beeldende) ontwikkeling van een student, want kunst gaat over meer dan enkel compositie. Ik ben van mening dat studenten een band aan gaan met materiaal en techniek. Dit maakt de student kwetsbaar, maar helpt ze ook om zichzelf beter te leren kennen. Daarom vind ik dat er zorgvuldig om moet worden gegaan met de student.

Als kunstenaar ben je dus een ontwikkeld persoon, het enige probleem is dat het kunstenaarschap vandaag de dag continu in beweging is. Zo is tweehonderd jaar geleden het kunstenaarschap veranderd onder invloed van een nieuw mensbeeld die Immanual Kant in zijn theorie uiteen zette. In die theorie combineert hij het voorheen gescheiden rationalisme (het idee dat kennis enkel tot stand komt door denken) en het empirisme (het idee dat kennis enkel tot stand komt door de waarneming). Kant was namelijk van mening dat kennis tot stand komt door het rationeel ordenen van waarnemingen. Zo verschoof de wijze waarop de mens zichzelf ziet, van gemeenschap naar het individu, van de buitenwereld naar de binnenkant. Omdat ook kunstenaars zichzelf als individu gingen zien verschoven de eisen die werden gesteld aan de kunstenaar en daarmee de kunst die hij maakt. Voorheen bood de regelesthetica handvaten die aangaven waar kunst aan moest voldoen, maar deze regels vervaagden en de kunstenaar ontpopte zich tot een individuele maker.

Als moderne kunstenaar sta je vandaag de dag dus los van regels en moet je telkens opzoek naar de volgende beweging die je gaat maken. Als het goed is stoomt de kunstacademie je klaar voor het moment dat je na je afstuderen voor nieuwe keuzes komt te staan, al vind ik niet dat  bij alles wat je doet je kan verschuilen achter het feit dat je een geschoolde kunstenaar bent.

Terug naar boven

Biografie

Naam

Klas

Over de

Website

klik hier

Gerelateerde artikelen - Uncategorized